Woordenschat groep 8 – spreekwoorden 21

de blits makenopvallen
iemand iets in de mond geveniemand de mening van een ander laten geven in plaats van de eigen mening
de nekslag gevendoor iets wordt de situatie een te groot probleem waardoor men het niet meer aan kan
met de nachtschuit vertrekkener erg stilletjes vandoor gaan
in de zadel helpen/zettenaan een goede positie helpen
in hetzelfde schuitje varen/zittenmet dezelfde omstandigheden te maken hebben, hetzelfde lot ondergaan
de biezen pakkenvertrekken
maart roert zijn staartin maart kan het nog stormachtig weer zijn
het is bij de (wilde) beesten afhet is verschrikkelijk; het is schandalig
de rijpste pruimen zijn geschudbelangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald
Scroll naar boven